De ScanSnap die u gebruikt omschakelen

Als u de ScanSnap op een computer aansluit, wordt de ScanSnap met ScanSnap Home geregistreerd. Als er tot nu toe meerdere ScanSnap-eenheden zijn aangesloten, kunt u de ScanSnap die u gebruikt omwisselen door een ScanSnap-eenheid te selecteren in de lijst [Selecteer een scanner] in het scanvenster.

AANDACHT
  • Wanneer u twee of meer ScanSnap-apparaten met een USB-kabel aansluit, schakelt u een ScanSnap die niet wordt gebruikt uit en schakelt u vervolgens over naar de gewenste ScanSnap.

  1. Open de ADF-papierbaan (afdekking) van de ScanSnap om het toestel in te schakelen. Houd de rechterkant van de ADF-papierbaan (afdekking) van de ScanSnap vast en open deze of druk op de [Scan]-knop om het toestel in te schakelen. Open de toevoerbaan van de ScanSnap om het toestel in te schakelen. Druk op de [Scan]-knop of de [Stop]-knop op de ScanSnap om het apparaat in te schakelen.
    De ADF-papierbaan (afdekking) openen
    De ADF-papierbaan (afdekking) openen

    Open de ADF-papierbaan (afdekking) volledig zodat de [Scan]-knop blauw gaat branden.

    Wanneer de ADF-papierbaan (afdekking) wordt geopend, zal het verlengstuk automatisch worden uitgetrokken.

    De ADF-papierbaan (afdekking) openen
    De ADF-papierbaan (afdekking) openen
    De ADF-papierbaan (afdekking) openen
    De toevoerbaan openen
    De toevoerbaan openen
    Inschakelen
  2. Controleer de scannernaam van de ScanSnap die u gebruikt.
    1. Druk op Instellingen in het startscherm op het aanraakscherm van de ScanSnap om het scherm [Instellingen] weer te geven.
    2. Druk op Apparaten verbinden om het scherm [Apparaten verbinden] weer te geven.
    3. Controleer de scannernaam die wordt weergeven in [Scannernaam].
  3. Klik op de [Scan]-knop boven aan de Hoofdvenster van ScanSnap Home om de Scanvenster weer te geven.

    Als het hoofdscherm nog niet wordt weergegeven, raadpleeg dan Het hoofdvenster weergeven.

  4. Selecteer de scannernaam van de ScanSnap die u gebruikt in de lijst [Selecteer een scanner].

    Wanneer de knop [Maak verbinding met de scanner] wordt weergegeven, druk dan op de knop.

    De knop [Maak verbinding met de scanner] wordt weergegeven wanneer [Geselecteerde gebruiker] of [Verbonden gebruiker] is ingesteld voor [Weergave van profielen] in het scherm [Scanner-instellingen] dat kan worden weergegeven na weergave van het scherm [Instellingen] op het aanraakscherm.

    De standaard scannernaam van de ScanSnap is "ModelNaam-<Serienr.>".

    Als u de scannernaam hebt gewijzigd met de ScanSnap Wireless Setup Tool, selecteert u die scannernaam.

    Wanneer de knop [Maak verbinding met de scanner] wordt weergegeven, druk dan op de knop.

    De scannernaam van de ScanSnap is "ModelNaam-<Serienr.>".

Wanneer de indicator voor de verbindingsstatus van de scanner in [Selecteer een scanner] verandert in Klaar voor scannen, wordt de ScanSnap gesynchroniseerd met ScanSnap Home en is deze klaar voor scannen.

TIP
  • Wanneer u de ScanSnap die u gebruikt verwisselt, wordt het profiel dat is aangemaakt met de ScanSnap die u zojuist hebt gekozen weergegeven in de lijst met profielen in het scanvenster.

  • Voor elke ScanSnap die u gebruikt, moet een profiel worden aangemaakt.

  1. Open de ADF-papierbaan (afdekking) van de ScanSnap om het toestel in te schakelen. Houd de rechterkant van de ADF-papierbaan (afdekking) van de ScanSnap vast en open deze of druk op de [Scan]-knop om het toestel in te schakelen. Open de toevoerbaan van de ScanSnap om het toestel in te schakelen. Druk op de [Scan]-knop of de [Stop]-knop op de ScanSnap om het apparaat in te schakelen.
    De ADF-papierbaan (afdekking) openen
    De ADF-papierbaan (afdekking) openen

    Open de ADF-papierbaan (afdekking) volledig zodat de [Scan]-knop blauw gaat branden.

    Wanneer de ADF-papierbaan (afdekking) wordt geopend, zal het verlengstuk automatisch worden uitgetrokken.

    De ADF-papierbaan (afdekking) openen
    De ADF-papierbaan (afdekking) openen
    De ADF-papierbaan (afdekking) openen
    De toevoerbaan openen
    De toevoerbaan openen
    Inschakelen
  2. Controleer de scannernaam van de ScanSnap die u gebruikt.
    1. Druk op Instellingen in het startscherm op het aanraakscherm van de ScanSnap om het scherm [Instellingen] weer te geven.
    2. Druk op Apparaten verbinden om het scherm [Apparaten verbinden] weer te geven.
    3. Controleer de scannernaam die wordt weergeven in [Scannernaam].
  3. Klik op de [Scan]-knop boven aan de Hoofdvenster van ScanSnap Home om de Scanvenster weer te geven.

    Wanneer het hoofdvenster nog niet wordt weergegeven, klikt u op het pictogram [ScanSnap Home] ScanSnap Home-pictogram in de lijst met toepassingen die wordt weergegeven wanneer u klikt op Launchpad in het Dock.

  4. Selecteer de scannernaam van de ScanSnap die u gebruikt in de lijst [Selecteer een scanner].

    Wanneer de knop [Maak verbinding met de scanner] wordt weergegeven, druk dan op de knop.

    De knop [Maak verbinding met de scanner] wordt weergegeven wanneer [Geselecteerde gebruiker] of [Verbonden gebruiker] is ingesteld voor [Weergave van profielen] in het scherm [Scanner-instellingen] dat kan worden weergegeven na weergave van het scherm [Instellingen] op het aanraakscherm.

    De standaard scannernaam van de ScanSnap is "ModelNaam-<Serienr.>".

    Als u de scannernaam hebt gewijzigd met de ScanSnap Wireless Setup Tool, selecteert u die scannernaam.

    Wanneer de knop [Maak verbinding met de scanner] wordt weergegeven, druk dan op de knop.

    De scannernaam van de ScanSnap is "ModelNaam-<Serienr.>".

Wanneer de indicator voor de verbindingsstatus van de scanner in [Selecteer een scanner] verandert in Klaar voor scannen, wordt de ScanSnap gesynchroniseerd met ScanSnap Home en is deze klaar voor scannen.

TIP
  • Wanneer u de ScanSnap die u gebruikt verwisselt, wordt het profiel dat is aangemaakt met de ScanSnap die u zojuist hebt gekozen weergegeven in de lijst met profielen in het scanvenster.

  • Voor elke ScanSnap die u gebruikt, moet een profiel worden aangemaakt.