Meerdere ScanSnap-eenheden met één computer gebruiken

Er kunnen meerdere ScanSnap-eenheden aan één computer worden toegevoegd. Schakel over naar een aan te sluiten ScanSnap-eenheid die u hebt geselecteerd uit de apparaten die u in ScanSnap Home aan de computer hebt toegevoegd. U kunt bijvoorbeeld een ScanSnap-eenheid op kantoor en een ander thuis aansluiten op één computer en gemakkelijk schakelen tussen beide.

Als u ScanSnap Cloud gebruikt, kunt u het profiel met dezelfde instellingen op elk van de ScanSnap-eenheden gebruiken.

Bekijk hier in welke regio's ScanSnap Cloud gebruikt kan worden.

Overzicht van de afbeelding

In de volgende uitleg wordt verondersteld dat ScanSnap Home is geïnstalleerd op een computer die met de ScanSnap verbonden moet worden. Als dan niet het geval is, installeer ScanSnap Home dan via hier.

TIP
  • Per computer kunnen maximaal tien ScanSnap-eenheden worden geregistreerd.

  1. Verbind ScanSnap met een draadloos toegangspunt.
    1. Open de ADF-papierbaan (afdekking) van de ScanSnap om het toestel in te schakelen.
      De ADF-papierbaan (afdekking) openen
    2. Druk op Instellingen in het startscherm op het aanraakscherm van de ScanSnap om het scherm [Instellingen] weer te geven.
    3. Druk op Wifi-instellingen om het scherm [Wi-Fi instellingen] weer te geven.
    4. Druk op [Wi-Fi verbindingsmodus] om het scherm [Wi-Fi verbindingsmodus] weer te geven.
    5. Selecteer [Verbinding toegangspunt].
    6. Druk op Terug om naar het scherm [Wi-Fi instellingen] terug te keren.
    7. Druk op Terug om naar het scherm [Wi-Fi instellingen] terug te keren.
    8. Druk op [Verbinding toegangspunt] om het scherm [Verbinding toegangspunt] weer te geven.
    9. Druk op [Verbindingsinstellingen toegangspunt] om het scherm [Configuratiemethode verbindingsinformatie] weer te geven.
    10. Selecteer [Een toegangspunt selecteren].
    11. Druk op de knop [Volgende] om het scherm [Netwerk selecteren] weer te geven.
    12. Selecteer een draadloos toegangspunt waar u verbinding mee wilt maken uit de lijst van weergegeven draadloze toegangspunten.
    13. Druk op de knop [Volgende] om het scherm [Verbindingsinformatie invoeren] weer te geven.
    14. Voer de informatie over het te gebruiken draadloos toegangspunt in en druk op de knop [Volgende].

      De items die op het scherm weergegeven worden, verschillen afhankelijk van het veiligheidsprotocol van het draadloos toegangspunt.

    15. Druk op de knop [Voltooien] op het scherm [Controleer de verbindingsresultaten].
    16. Druk op Start om het startscherm weer te geven.
  2. Controleer de scannernaam van de ScanSnap die verbonden moet worden.
    1. Druk op Instellingen in het startscherm op het aanraakscherm van de ScanSnap om het scherm [Instellingen] weer te geven.
    2. Druk op Apparaten verbinden om het scherm [Apparaten verbinden] weer te geven.
    3. Controleer de scannernaam die wordt weergeven in [Scannernaam].
  3. Voeg de ScanSnap die u wilt gebruiken toe aan ScanSnap Home.
    1. Klik op de [Scan]-knop boven aan de Hoofdvenster van ScanSnap Home om de Scanvenster weer te geven.

      Als het hoofdscherm nog niet wordt weergegeven, raadpleeg dan Het hoofdvenster weergeven.

      Wanneer het hoofdvenster nog niet wordt weergegeven, klikt u op het pictogram [ScanSnap Home] ScanSnap Home-pictogram in de lijst met toepassingen die wordt weergegeven wanneer u klikt op Launchpad in het Dock.

       

    2. Selecteer [Een ScanSnap toevoegen] in de lijst [Selecteer een scanner].
    3. In het venster [ScanSnap Home - ScanSnap verbinden], selecteert u het toe te voegen ScanSnap-model en klik daarna op de knop [Configuratie starten].
    4. In het venster [ScanSnap Home - ScanSnap verbinden] (Verbinding met ScanSnap), selecteert u de scannernaam van de toe te voegen ScanSnap en klikt u op de knop [Volgende].
      TIP
      • Wanneer een IP-adres is ingesteld voor de ScanSnap, kunt u de ScanSnap toevoegen aan ScanSnap Home door het IP-adres op te geven.

        Geef het IP-adres voor de toe te voegen ScanSnap op in het venster dat wordt weergegeven wanneer u klikt op [Met behulp van een IP-adres].

    5. Wanneer het venster [ScanSnap Home - ScanSnap verbinden] (Verbinding is voltooid) wordt weergegeven, klikt u op de knop [Volgende].
    6. Wanneer het venster [ScanSnap Home - ScanSnap verbinden] (Laten we het gebruiken!) wordt weergegeven, controleert u de inhoud en klikt u op de knop [Sluiten].
  4. Voeg alle ScanSnap-toestellen die u wilt gebruiken toe aan ScanSnap Home.

    Herhaal stap 3 om alle ScanSnap-eenheden die u wilt gebruiken toe te voegen aan ScanSnap Home.

    Als u een ScanSnap-eenheid wilt gebruiken die u hebt toegevoegd, selecteert u de scannernaam van de ScanSnap in de lijst [Selecteer een scanner] in het scanvenster.

  5. Sluit de meegeleverde USB-kabel aan op de USB-aansluiting op de ScanSnap en de USB-poort op de computer.
  6. Open de ADF-papierbaan (afdekking) van de ScanSnap om het toestel in te schakelen.
    De ADF-papierbaan (afdekking) openen
  7. Open de toevoerbaan van de ScanSnap om het toestel in te schakelen.
    De toevoerbaan openen
  8. Houd de rechterkant van de ADF-papierbaan (afdekking) van de ScanSnap vast en open deze of druk op de [Scan]-knop om het toestel in te schakelen.

    Open de ADF-papierbaan (afdekking) volledig zodat de [Scan]-knop blauw gaat branden.

    Wanneer de ADF-papierbaan (afdekking) wordt geopend, zal het verlengstuk automatisch worden uitgetrokken.

    De ScanSnap inschakelen
  9. Klik op de [Scan]-knop boven aan de Hoofdvenster van ScanSnap Home om de Scanvenster weer te geven.

    Als het hoofdscherm nog niet wordt weergegeven, raadpleeg dan Het hoofdvenster weergeven.

    Wanneer het hoofdvenster nog niet wordt weergegeven, klikt u op het pictogram [ScanSnap Home] ScanSnap Home-pictogram in de lijst met toepassingen die wordt weergegeven wanneer u klikt op Launchpad in het Dock.

     

  10. Selecteer [Een ScanSnap toevoegen] in de lijst [Selecteer een scanner].
  11. In het venster [ScanSnap Home - ScanSnap verbinden], selecteert u het toe te voegen ScanSnap-model en klik daarna op de knop [Configuratie starten].
  12. In het venster [ScanSnap Home - ScanSnap verbinden] (Hoe ScanSnap verbinden), klikt u op de knop [Volgende].
  13. Wanneer het venster [ScanSnap Home - ScanSnap verbinden] (De ScanSnap is verbonden.) verschijnt, klikt u op de knop [Voltooien].
  14. Wanneer het venster [Configuratie draadloos netwerk ScanSnap] verschijnt, klikt u op de knop [Nu configuratie] om de wizard voor het instellen van het draadloze netwerk weer te geven.

    Volg de instructies op het venster om de ScanSnap te verbinden met een draadloos toegangspunt.

  15. Wanneer het venster [ScanSnap Home - ScanSnap verbinden] (Laten we het gebruiken!) wordt weergegeven, controleert u de inhoud en klikt u op de knop [Sluiten].
  16. Voeg alle ScanSnap-toestellen die u wilt gebruiken toe aan ScanSnap Home.

    Herhaal de procedure van stap 1 t/m 9 om alle ScanSnap-eenheden die u wilt gebruiken toe te voegen aan ScanSnap Home.

    Om een ScanSnap te gebruiken die u hebt toegevoegd, selecteert u de scannernaam van de ScanSnap in de lijst [Selecteer een scanner] in het scanvenster.

Meerdere ScanSnap-eenheden kunnen met één computer worden gebruikt door de verbinding om te schakelen. [Scan to Cloud], het standaardprofiel, en een profiel dat u hebt toegevoegd door [Scan to Cloud] te selecteren, het sjabloonprofiel, kunnen worden gebruikt met alle ScanSnap-eenheden die zijn toegevoegd aan ScanSnap Home.

TIP
  • U kunt ook verbinding met de ScanSnap maken door te klikken op de knop [Toevoegen] onder [Scannerinformatie] op het tabblad [Scanner] in het venster voor voorkeuren. Om de ScanSnap die u niet nodig hebt te verwijderen, selecteert u de ScanSnap in de lijst met ScanSnap-toestellen en klikt u op de knop [Verwijderen]. Hij wordt ook verwijderd uit de lijst [Selecteer een scanner] in het scanvenster.

    Selecteer [Instellingen] [Voorkeuren] in het menu om het venster voor voorkeuren weer te geven.

  • U kunt ook verbinding met de ScanSnap maken door te klikken op de knop [Toevoegen] onder [Scannerinformatie] op het tabblad [Scanner] in het venster voor voorkeuren. Om de ScanSnap die u niet nodig hebt te verwijderen, selecteert u de ScanSnap in de lijst met ScanSnap-toestellen en klikt u op de knop [Verwijderen]. Hij wordt ook gewist uit de lijst [Selecteer een scanner] in het scanvenster.

    Selecteer [ScanSnap Home] [Voorkeuren] op de menubalk om het venster voor voorkeuren weer te geven.