Meerdere gebruikers één ScanSnap-eenheid laten delen

Eén ScanSnap-apparaat kan worden gebruikt met meerdere computers waarop ScanSnap Home is geïnstalleerd door het apparaat en de computers op hetzelfde draadloze toegangspunt aan te sluiten. Zo kunnen bijvoorbeeld meerdere teamleden in een kantoor één ScanSnap-eenheid gebruiken door hun computers op de ScanSnap aan te sluiten.

Als elk lid een profiel aanmaakt in ScanSnap Home, verschijnen de profielen op het aanraakscherm van de ScanSnap. Door het profiel te selecteren dat u hebt gemaakt nadat u een document in de ScanSnap hebt geladen, wordt de afbeelding die u van het gescande document hebt gemaakt automatisch opgeslagen op de opgegeven opslaglocatie.

Overzicht van de afbeelding

TIP
  • Per ScanSnap-eenheid zijn vier licenties toegestaan.

  • Tot 30 profielen kunnen met de ScanSnap worden beheerd. Wanneer [Alle gebruikers] is ingesteld voor [Weergave van profielen] op het scherm [Instellingen] op het aanraakscherm, moet het totaal aantal aangemaakte profielen met alle computers die op de ScanSnap zijn aangesloten, minder dan 30 zijn.

    Als het bericht verschijnt,dat vermeld dat "maximaal 30 profielen kunnen worden geregistreerd. Verwijder enkele profielen." verwijder zoveel profielen als het aantal profielen dat de limiet heeft overschreden in het venster [Verwijder een profiel] dat wordt weergegeven wanneer u op de knop [OK] klikt.

  • Om alleen profielen weer te geven (die werden aangemaakt met de computer die met de ScanSnap verbonden is) op het aanraakscherm, selecteert u [Geselecteerde gebruiker] of [Verbonden gebruiker] voor [Weergave van profielen] op het scherm [Scanner-instellingen] dat kan worden weergegeven na het weergeven van het scherm [Instellingen],

    Raadpleeg Gebruikers wijzigen om de eigen profielen van de gebruiker weer te geven voor meer informatie over methoden om profielen te wijzigen.

  1. Verbind ScanSnap met een draadloos toegangspunt.
    1. Open de ADF-papierbaan (afdekking) van de ScanSnap om het toestel in te schakelen.
      De ADF-papierbaan (afdekking) openen
    2. Druk op Instellingen in het startscherm op het aanraakscherm van de ScanSnap om het scherm [Instellingen] weer te geven.
    3. Druk op Wifi-instellingen om het scherm [Wi-Fi instellingen] weer te geven.
    4. Druk op [Wi-Fi verbindingsmodus] om het scherm [Wi-Fi verbindingsmodus] weer te geven.
    5. Selecteer [Verbinding toegangspunt].
    6. Druk op Terug om naar het scherm [Wi-Fi instellingen] terug te keren.
    7. Druk op Terug om naar het scherm [Wi-Fi instellingen] terug te keren.
    8. Druk op [Verbinding toegangspunt] om het scherm [Verbinding toegangspunt] weer te geven.
    9. Druk op [Verbindingsinstellingen toegangspunt] om het scherm [Configuratiemethode verbindingsinformatie] weer te geven.
    10. Selecteer [Een toegangspunt selecteren].
    11. Druk op de knop [Volgende] om het scherm [Netwerk selecteren] weer te geven.
    12. Selecteer een draadloos toegangspunt waar u verbinding mee wilt maken uit de lijst van weergegeven draadloze toegangspunten.
    13. Druk op de knop [Volgende] om het scherm [Verbindingsinformatie invoeren] weer te geven.
    14. Voer de informatie over het te gebruiken draadloos toegangspunt in en druk op de knop [Volgende].

      De items die op het scherm weergegeven worden, verschillen afhankelijk van het veiligheidsprotocol van het draadloos toegangspunt.

    15. Druk op de knop [Voltooien] op het scherm [Controleer de verbindingsresultaten].
    16. Druk op Start om het startscherm weer te geven.
  2. Controleer de scannernaam van de ScanSnap die verbonden moet worden.
    1. Druk op Instellingen in het startscherm op het aanraakscherm van de ScanSnap om het scherm [Instellingen] weer te geven.
    2. Druk op Apparaten verbinden om het scherm [Apparaten verbinden] weer te geven.
    3. Controleer de scannernaam die wordt weergeven in [Scannernaam].
  3. Een computer met de ScanSnap verbinden.
    1. Klik op de [Scan]-knop boven aan de Hoofdvenster van ScanSnap Home om de Scanvenster weer te geven.

      Als het hoofdscherm nog niet wordt weergegeven, raadpleeg dan Het hoofdvenster weergeven.

      Wanneer het hoofdvenster nog niet wordt weergegeven, klikt u op het pictogram [ScanSnap Home] ScanSnap Home-pictogram in de lijst met toepassingen die wordt weergegeven wanneer u klikt op Launchpad in het Dock.

       

    2. Selecteer [Een ScanSnap toevoegen] in de lijst [Selecteer een scanner].
    3. In het venster [ScanSnap Home - ScanSnap verbinden], selecteert u het te verbinden ScanSnap-model en klik daarna op de knop [Configuratie starten].
    4. In het venster [ScanSnap Home - ScanSnap verbinden] (Verbinding met ScanSnap), selecteert u de scannernaam van de te verbinden ScanSnap en klik op de knop [Volgende].
      TIP
      • Wanneer er een IP-adres voor de ScanSnap is ingesteld, kunt u de ScanSnap verbinden met een computer door het IP-adres op te geven.

        Geef het IP-adres voor de te verbinden ScanSnap op in het venster dat wordt weergegeven wanneer u klikt op [Met behulp van een IP-adres].

    5. Wanneer het venster [ScanSnap Home - ScanSnap verbinden] (Verbinding is voltooid) wordt weergegeven, klikt u op de knop [Volgende].
    6. Wanneer het venster [ScanSnap Home - ScanSnap verbinden] (Laten we het gebruiken!) wordt weergegeven, controleert u de inhoud en klikt u op de knop [Sluiten].
  4. Verbind alle computers waarmee u de ScanSnap wilt gebruiken met de ScanSnap.

    Voer stap 3 uit op alle computers waarmee u de ScanSnap wilt gebruiken.

  5. Wijzig de instellingen voor een profiel in ScanSnap Home op de computers die zijn aangesloten op de ScanSnap.

    Voeg op elke computer die op de ScanSnap is aangesloten een profiel toe of wijzig dit, afhankelijk van het doel van de scan in ScanSnap Home.

    TIP
    • Door een licentie met een ScanSnap-account te activeren, kan elke gebruiker een gebruikersnaam, een kleur voor het account en een kleur voor het pictogram van een profiel opgeven.

    • Het is gemakkelijker de maker van een profiel te herkennen op het aanraakscherm van de ScanSnap of het scanvenster van ScanSnap Home door de kleur voor het pictogram van een profiel voor elke gebruiker op te geven.

Meerdere gebruikers kunnen één ScanSnap-eenheid delen. Alle profielen die worden beheerd in ScanSnap Home op de computers die zijn aangesloten op de ScanSnap, worden weergegeven in de profiellijst in het startscherm op het aanraakscherm.

TIP
  • U kunt ook verbinding met de ScanSnap maken door te klikken op de knop [Toevoegen] onder [Scannerinformatie] op het tabblad [Scanner] in het venster voor voorkeuren. Om de ScanSnap die u niet nodig hebt te verwijderen, selecteert u de ScanSnap in de lijst met ScanSnap-toestellen en klikt u op de knop [Verwijderen]. Hij wordt ook verwijderd uit de lijst [Selecteer een scanner] in het scanvenster.

    Selecteer [Instellingen] [Voorkeuren] in het menu om het venster voor voorkeuren weer te geven.

  • U kunt ook verbinding met de ScanSnap maken door te klikken op de knop [Toevoegen] onder [Scannerinformatie] op het tabblad [Scanner] in het venster voor voorkeuren. Om de ScanSnap die u niet nodig hebt te verwijderen, selecteert u de ScanSnap in de lijst met ScanSnap-toestellen en klikt u op de knop [Verwijderen]. Hij wordt ook gewist uit de lijst [Selecteer een scanner] in het scanvenster.

    Selecteer [ScanSnap Home] [Voorkeuren] op de menubalk om het venster voor voorkeuren weer te geven.