Gebruikers wijzigen om de eigen profielen van de gebruiker weer te geven

Wanneer meerdere gebruikers één ScanSnap-apparaat delen, kunt u de methoden voor het weergeven van profielen in de profiellijst op het aanraakscherm en in het scanvenster wijzigen.

Eén methode is om profielen weer te geven die alleen zijn gemaakt met de computer die is verbonden met de ScanSnap en een andere methode is om profielen weer te geven die zijn gemaakt met alle computers die eerder zijn verbonden met de ScanSnap. Beide methoden kunnen worden gekozen.

Als u profielen wilt weergeven die alleen zijn gemaakt met een computer die op de ScanSnap is aangesloten, selecteert u een gebruikersnaam op het aanraakscherm zodat de computer die op de ScanSnap is aangesloten, wordt gewijzigd in een andere computer.

Wanneer de computer die is aangesloten op de ScanSnap wordt gewijzigd, worden de profielen die worden weergegeven in de lijst met profielen gewijzigd in profielen die alleen zijn gemaakt met de computer die is aangesloten op de ScanSnap.

TIP
  • Als u een computer gebruikt die door andere gebruikers wordt gebruikt die hun accounts gebruiken om toegang te krijgen tot de ScanSnap en als u het gebruikersaccount op de computer wijzigt, moet u ook de gebruiker op de ScanSnap wijzigen.

Methode voor het weergeven van profielen

Selecteer een methode voor het weergeven van profielen in het scherm [Weergave van profielen] dat kan worden weergegeven na weergave van het scherm [Instellingen] en vervolgens het scherm [Scanner-instellingen] op het aanraakscherm.

Elke methode voor de weergave van profielen is als volgt:

Geselecteerde gebruiker

Geeft profielen weer die alleen zijn gemaakt met de computer die is aangesloten op de ScanSnap. Een profiel dat is gekoppeld met een clouddienst door ScanSnap Cloud te gebruiken, wordt echter niet weergegeven als de instelling voor [Wi-Fi verbindingsmodus] in [Wi-Fi instellingen] in het scherm [Instellingen] op het aanraakscherm anders is ingesteld dan [Verbinding toegangspunt].

Geselecteerde gebruiker

Als boven aan het startscherm op het aanraakscherm een gebruikersnaam wordt weergegeven, wordt door op een gebruikerspictogram te drukken het scherm [Een gebruiker selecteren] weergegeven en kunt u de gebruiker wijzigen om profielen weer te geven. Als u een gebruikersnaam selecteert, verandert de huidige computer in de computer waarmee u de ScanSnap wilt verbinden.

In de volgende gevallen worden een gebruikerspictogram en een gebruikersnaam weergegeven:

  • [Verbinding toegangspunt] of [Directe verbinding] is ingesteld voor [Wi-Fi verbindingsmodus] in [Wi-Fi instellingen] in de [Instellingen] op het aanraakscherm

  • Er zijn twee of meer bestaande records van computers die met de ScanSnap verbonden waren

TIP
  • In het scherm [Een gebruiker selecteren] dat wordt weergegeven door op een gebruikerspictogram te drukken, kan [Alle cloudgebruikers] als gebruikersnaam worden weergegeven.

    Als u [Alle cloudgebruikers] selecteert, worden alleen profielen weergegeven die zijn gekoppeld met clouddiensten via ScanSnap Cloud. De weergegeven profielen bevatten scaninstellingen voor de profielen die zijn gemaakt op een mobiel apparaat dat gebruikmaakt van de ScanSnap Cloud-toepassing.

Alle gebruikers

Toont alle profielen die zijn gemaakt met computers die eerder op de ScanSnap zijn aangesloten in de profiellijst op het aanraakscherm en in het scanvenster.

Alle gebruikers kunnen de ScanSnap gebruiken zonder dat een gebruiker hoeft te worden geselecteerd.

Alle gebruikers
Verbonden gebruiker

Geeft profielen weer in de lijst met profielen op het aanraakscherm, zo lang de ScanSnap met de computer is verbonden. Een profiel dat is gekoppeld met een clouddienst via ScanSnap Cloud wordt echter niet weergegeven.

Deze methode biedt een goed beveiligingsniveau omdat profielen niet op het aanraakscherm worden weergegeven wanneer de ScanSnap en de computer zijn losgekoppeld.

Verbonden gebruiker

Als u de gebruikers- en weergaveprofielen wilt wijzigen, sluit u de ScanSnap en de computer opnieuw aan via een USB-kabel of wifi.

De methode voor de weergave van profielen wijzigen

Wijzig de methode voor het weergeven van profielen in de profiellijst op het aanraakscherm en in het scanvenster.

  1. Druk op Instellingen in het startscherm op het aanraakscherm van de ScanSnap om het scherm [Instellingen] weer te geven.

  2. Druk op Scannerinstellingen om het scherm [Scanner-instellingen] weer te geven.

  3. Druk op [Weergave van profielen] om het scherm [Weergave van profielen] weer te geven.

  4. Kies uit een lijst die verschijnt wanneer u op drukt, een methode om profielen weer te geven.

    Door de methode voor het weergeven van profielen te wijzigen, worden profielen in de lijst met profielen op het aanraakscherm verwijderd. De profielen die moeten worden verwijderd, variëren echter naar gelang van de wijze waarop de methode voor het weergeven van profielen is gewijzigd.

    • Als de methode werd gewijzigd van [Alle gebruikers] in [Geselecteerde gebruiker] of van [Geselecteerde gebruiker] in [Alle gebruikers]

      Andere profielen dan de profielen die zijn gekoppeld aan een clouddienst door ScanSnap Cloud te gebruiken, worden verwijderd.

    • Als de methode werd gewijzigd in [Verbonden gebruiker] of de methode werd gewijzigd van [Verbonden gebruiker]

      Alle profielen zijn verwijderd.

    Merk op dat zelfs wanneer profielen die op het aanraakscherm worden weergegeven, verwijderd worden, wordt de informatie van de profielen die in ScanSnap Home worden beheerd niet verwijderd.

  5. Druk op Start om het startscherm weer te geven.

Als een bericht [Start de software op het apparaat en verbind het met de ScanSnap.] wordt weergegeven op het aanraakscherm, sluit u de ScanSnap en een computer aan.

Wanneer de ScanSnap en de computer zijn aangesloten, worden de profielen die worden weergegeven in de profiellijst op het aanraakscherm en in het scanvenster gewijzigd volgens de methode voor het weergeven van profielen die u hebt ingesteld.

Omschakelen van een computer die met de ScanSnap moet worden verbonden om de weer te geven profielen te wijzigen

Als [Geselecteerde gebruiker] of [Verbonden gebruiker] is ingesteld voor [Weergave van profielen], wijzigen door een andere computer aan te sluiten op de ScanSnap de profielen die worden weergegeven in de profiellijst op het aanraakscherm of het scanvenster.

Voer een van de volgende handelingen uit om een computer aan te sluiten op de ScanSnap.

  • Omschakelen via het aanraakscherm van de ScanSnap

    Als een gebruikersnaam wordt weergeven boven aan het startscherm op het aanraakscherm, zal het selecteren van de gebruikersnaam de ScanSnap en een computer verbinden met de geselecteerde gebruikersnaam.

    1. Druk op een gebruikerspictogram boven aan het startscherm op het aanraakscherm van de ScanSnap om het scherm [Een gebruiker selecteren] weer te geven.

      Gebruikerspictogram
      Gebruikerspictogram
    2. Selecteer een gebruikersnaam voor een computer waarmee u de ScanSnap wilt verbinden.

    De computer met de gebruikersnaam die is geselecteerd in het venster [Een gebruiker selecteren] is verbonden met de ScanSnap en profielen die alleen met de verbonden computer zijn gemaakt, worden weergegeven in de lijst met profielen.

  • Overschakelen naar een computer gebruiken

    Als de knop [Maak verbinding met de scanner] wordt weergegeven in het scanvenster van de ScanSnap, wordt door te klikken op de knop [Maak verbinding met de scanner] een verbinding gemaakt tussen de computer en de ScanSnap.

    1. Klik op de [Scan]-knop boven aan de Hoofdvenster van ScanSnap Home om de Scanvenster weer te geven.

      Als het hoofdscherm nog niet wordt weergegeven, raadpleeg dan Het hoofdvenster weergeven.

      Wanneer het hoofdvenster nog niet wordt weergegeven, klikt u op het pictogram [ScanSnap Home] ScanSnap Home-pictogram in de lijst met toepassingen die wordt weergegeven wanneer u klikt op Launchpad in het Dock.

       

    2. Klik op de knop [Maak verbinding met de scanner] die wordt weergeven in het midden van het venster.

    De computer is verbonden met de ScanSnap en profielen die alleen met de verbonden computer zijn gemaakt, worden in de lijst met profielen weergegeven.