Het scannen begint te laat/het scannen is gestopt/de overdrachtssnelheid van de gescande afbeeldingen is traag

Wanneer de ScanSnap er lang over doet om een scan te starten, tijdens het scannen stopt, of de overdrachtssnelheid van gescande afbeeldingen traag is, controleert u het volgende.

Is de ScanSnap, het mobiele apparaat of de computer ver verwijderd van het draadloze toegangspunt? Is er ook iets dat het signaal kan blokkeren (bijvoorbeeld muren en metalen platen) of een elektromagnetische bron?

Het signaal tussen het draadloze toegangspunt en de ScanSnap, het mobiele apparaat of de computer is zwak of er is mogelijk sprake van signaalinterferentie.

Verplaats de ScanSnap, het mobiele apparaat of de computer en het draadloze toegangspunt naar verschillende locaties.

  • Plaats de ScanSnap, het mobiele apparaat of de computer dichter bij het draadloze toegangspunt.

  • Plaats de ScanSnap, het mobiele apparaat, de computer en het draadloze toegangspunt uit de buurt van de volgende items:

    • Obstakels die het signaal kunnen blokkeren (bijvoorbeeld muren en metalen wanden)

    • Apparaten die signaalstoring kunnen veroorzaken (bijvoorbeeld microgolfovens en draadloze telefoons) en draadloze apparaten

  • Draai de ScanSnap, het mobiele apparaat of de computer in een andere richting.

TIP
  • Zelfs wanneer de signaalstatus goed is, kan de communicatie binnen het bereik van een bepaalde frequentie in bepaalde draadloze kanalen zwak worden, omwille van signaalstoring zoals ruis.

    Wanneer u zich op een plaats bevindt waar 5 GHz Wifi beschikbaar is, selecteer dan niet [Automatisch] voor de frequentie om de ScanSnap te verbinden. Selecteer [2,4 GHz] of [5 GHz] afhankelijk van waar u de ScanSnap gebruikt.

    Voor details, raadpleeg De frequentie voor het verbinden van de ScanSnap wijzigen.

    Wijzig de waarde van het draadloze kanaal op het draadloos toegangspunt indien nodig.

    Voor details, raadpleeg de handleiding van uw draadloos toegangspunt.

Ook kan de communicatie in bepaalde draadloze kanalen onstabiel worden als gevolg van signaalstoring zoals ruis.

Wijzig de waarde van het draadloze kanaal op het draadloos toegangspunt.

Maakt de verbinding gebruik van meerdere draadloze toegangspunten?

Gebruik een draadloos toegangspunt dat niet afhankelijk is van andere draadloze toegangspunten.

Gebruikt het draadloze toegangspunt een ander verbindingstype dan 802.11ac of 802.11n?

Wijzig het verbindingstype van het draadloze toegangspunt in 802.11ac of 802.11n.

Voor details over het aanpassen van de instelling, raadpleeg de handleiding van uw draadloos toegangspunt.

Als uw draadloze toegangspunt 802.11ac of 802.11n niet ondersteunt, gebruikt u een draadloos toegangspunt dat 802.11ac of 802.11n wel ondersteunt.

Gebruikt het draadloze toegangspunt een ander verbindingstype dan 802.11n?

Wijzig het verbindingstype van het draadloze toegangspunt in 802.11n.

Voor details over het aanpassen van de instelling, raadpleeg de handleiding van uw draadloos toegangspunt.

Als uw draadloze toegangspunt 802.11n niet ondersteunt, gebruikt u een draadloos toegangspunt dat 802.11n ondersteunt.

Scant u een grote hoeveelheid documenten of hebt u scaninstellingen geconfigureerd die de gegevensgrootte voor gescande afbeeldingen vergroten?

Het scannen kan worden onderbroken wanneer u een grote hoeveelheid documenten scant of scant met instellingen die de gegevensgrootte zouden vergroten (bijvoorbeeld door het beeldkwaliteitsniveau te verhogen en de compressiesnelheid te verlagen).

Het scannen wordt hervat nadat de beelden zijn overgebracht. Even geduld.

U kunt ook de volgende maatregelen nemen:

  • Verdeel de documenten in enkele batches en voer daarna meerder keren een scan uit.

  • Wijzig de scaninstellingen om de gegevensgrootte voor gescande afbeeldingen te verkleinen en scan opnieuw.

    Voorbeeld: Verlaag het beeldkwaliteitsniveau. Verhoog de compressiesnelheid.

U kunt de scaninstellingen wijzigen in de volgende procedure:

  1. Klik op de [Scan]-knop boven aan het hoofdvenster van ScanSnap Home om het scanvenster weer te geven.

    Als het hoofdscherm nog niet wordt weergegeven, raadpleeg dan Het hoofdvenster weergeven.

  2. Selecteer het profiel dat u gebruikt uit de lijst met profielen.

  3. Klik op Profielen bewerken om het venster [Profielen bewerken] weer te geven.

  4. Klik op de knop [Gedetailleerde instellingen] in [Scaninstellingen] om het venster [Gedetailleerde instellingen] weer te geven.

    • Wijzig [Beeldkwaliteit] op het tabblad [Scan].

    • Wijzig [Compressieverhouding] op het tabblad [Bestandsgrootte].

  1. Klik op de [Scan]-knop boven aan het hoofdvenster van ScanSnap Home om het scanvenster weer te geven.

    Wanneer het hoofdvenster nog niet wordt weergegeven, klikt u op het pictogram [ScanSnap Home] ScanSnap Home-pictogram in de lijst met toepassingen die wordt weergegeven wanneer u klikt op Launchpad in het Dock.

  2. Selecteer het profiel dat u gebruikt uit de lijst met profielen.

  3. Klik op Profielen bewerken om het venster [Profielen bewerken] weer te geven.

  4. Klik op de knop [Gedetailleerde instellingen] in [Scaninstellingen] om het venster [Gedetailleerde instellingen] weer te geven.

    • Wijzig [Beeldkwaliteit] op het tabblad [Scan].

    • Wijzig [Compressieverhouding] op het tabblad [Bestandsgrootte].

 

TIP
  • Wanneer u een Wifi-verbinding gebruikt, kan de communicatie onstabiel worden (bijvoorbeeld signaalstoring zoals ruis verbreekt de verbinding tussen de scanner en de computer of de overdrachtssnelheid van gescande afbeeldingen wordt laag) afhankelijk van waar u de ScanSnap gebruikt.

    Verbind de scanner en de computer met een USB-kabel als u zich in een omgeving bevindt waar de USB-kabel gebruikt kan worden.