De lijnen in de afbeelding zijn vervaagd

Wanneer u een scan uitvoert met de ScanSnap en de lijnen in de afbeelding vervaagd zijn, controleert u het volgende:

Hebt u documenten gescand met dunne lijnen of handgeschreven tekens?

Sommige lijnen in de afbeelding kunnen vervaagd zijn wanneer u de volgende soorten documenten scant:

  • Documenten met getypte tekst die dun zijn

  • Documenten met een tabel met regels

  • Documenten met handgeschreven tekens

Voer een van de volgende zaken uit:

  • Tekstcontrast voor scannen verhogen

    1. Klik op de [Scan]-knop boven aan het hoofdvenster van ScanSnap Home om het scanvenster weer te geven.

      Als het hoofdscherm nog niet wordt weergegeven, raadpleeg dan Het hoofdvenster weergeven.

    2. Selecteer het profiel dat u gebruikt uit de lijst met profielen.

    3. Klik op Profielen bewerken om het venster [Profielen bewerken] weer te geven.

    4. Klik op de knop [Gedetailleerde instellingen] in [Scaninstellingen] om het venster [Gedetailleerde instellingen] weer te geven.

    5. Klik op de [Optie]-knop op het tabblad [Scan] om het venster [Scanopties] weer te geven.

    6. Schakel het selectievakje [Tekstcontrast verhogen] in.

  • Verhoog de beeldkwaliteit voor scannen

    1. Selecteer, op het aanraakscherm van de ScanSnap, het profiel dat u gebruikt uit de lijst met profielen op het startscherm.

    2. Druk op het pictogram voor het instellen van de beeldkwaliteit om het beeldkwaliteitsniveau als volgt te wijzigen:

      • [Normaal] [Auto], [Beter] of [Best]

      • [Beter] [Best]

    Als u de scaninstellingen op het aanraakscherm wijzigt en een document scant, zullen de scaninstellingen, na het scannen, terugkeren naar de instellingen van voor de wijzigingen. Wanneer u altijd documenten wilt scannen met dezelfde instellingen, moeten de scaninstellingen als een profiel worden opgeslagen.

  • Verhoog de beeldkwaliteit voor scannen

    1. Klik op de [Scan]-knop boven aan het hoofdvenster van ScanSnap Home om het scanvenster weer te geven.

      Als het hoofdscherm nog niet wordt weergegeven, raadpleeg dan Het hoofdvenster weergeven.

    2. Selecteer het profiel dat u gebruikt uit de lijst met profielen.

    3. Klik op het pictogram voor het instellen van de beeldkwaliteit om het beeldkwaliteitsniveau als volgt te wijzigen:

      • [Normaal] [Automatisch], [Beter] of [Best]

      • [Beter] [Best]

    Als u de scaninstellingen in het scanvenster wijzigt en een document scant, zullen de scaninstellingen, na het scannen, terugkeren naar de instellingen van voor de wijzigingen. Wanneer u altijd documenten wilt scannen met dezelfde instellingen, moeten de scaninstellingen als een profiel worden opgeslagen.

  • Het vinkje bij [Doorslag verminderen] verwijderen voor scannen.

    1. Klik op de [Scan]-knop boven aan het hoofdvenster van ScanSnap Home om het scanvenster weer te geven.

      Als het hoofdscherm nog niet wordt weergegeven, raadpleeg dan Het hoofdvenster weergeven.

    2. Selecteer het profiel dat u gebruikt uit de lijst met profielen.

    3. Klik op Profielen bewerken om het venster [Profielen bewerken] weer te geven.

    4. Klik op de knop [Gedetailleerde instellingen] in [Scaninstellingen] om het venster [Gedetailleerde instellingen] weer te geven.

    5. Klik op de [Optie]-knop op het tabblad [Scan] om het venster [Scanopties] weer te geven.

    6. Verwijder het vinkje bij [Doorslag verminderen].

  • Een scan uitvoeren met de instelling om de kleurafbeeldingen dikker te maken.

    1. Klik op de [Scan]-knop boven aan het hoofdvenster van ScanSnap Home om het scanvenster weer te geven.

      Als het hoofdscherm nog niet wordt weergegeven, raadpleeg dan Het hoofdvenster weergeven.

    2. Selecteer het profiel dat u gebruikt uit de lijst met profielen.

    3. Klik op Profielen bewerken om het venster [Profielen bewerken] weer te geven.

    4. Klik op de [Optie]-knop op het tabblad [Toevoer] om het venster [Toevoeroptie] weer te geven.

    5. Vink het vakje [Kleurafbeeldingen dikker maken] aan.

    TIP
    • Wanneer u het vakje [Kleurafbeeldingen dikker maken] aanvinkt, worden de vinkjes [Doorslag verminderen] en [Tekstcontrast verhogen] in het venster [Scanopties] uitgeschakeld.

  • Tekstcontrast voor scannen verhogen

    1. Klik op de [Scan]-knop boven aan het hoofdvenster van ScanSnap Home om het scanvenster weer te geven.

      Wanneer het hoofdvenster nog niet wordt weergegeven, klikt u op het pictogram [ScanSnap Home] ScanSnap Home-pictogram in de lijst met toepassingen die wordt weergegeven wanneer u klikt op Launchpad in het Dock.

    2. Selecteer het profiel dat u gebruikt uit de lijst met profielen.

    3. Klik op Profielen bewerken om het venster [Profielen bewerken] weer te geven.

    4. Klik op de knop [Gedetailleerde instellingen] in [Scaninstellingen] om het venster [Gedetailleerde instellingen] weer te geven.

    5. Klik op de [Optie]-knop op het tabblad [Scan] om het venster [Scanopties] weer te geven.

    6. Schakel het selectievakje [Tekstcontrast verhogen] in.

  • Verhoog de beeldkwaliteit voor scannen

    1. Selecteer, op het aanraakscherm van de ScanSnap, het profiel dat u gebruikt uit de lijst met profielen op het startscherm.

    2. Druk op het pictogram voor het instellen van de beeldkwaliteit om het beeldkwaliteitsniveau als volgt te wijzigen:

      • [Normaal] [Auto], [Beter] of [Best]

      • [Beter] [Best]

    Als u de scaninstellingen op het aanraakscherm wijzigt en een document scant, zullen de scaninstellingen, na het scannen, terugkeren naar de instellingen van voor de wijzigingen. Wanneer u altijd documenten wilt scannen met dezelfde instellingen, moeten de scaninstellingen als een profiel worden opgeslagen.

  • Verhoog de beeldkwaliteit voor scannen

    1. Klik op de [Scan]-knop boven aan het hoofdvenster van ScanSnap Home om het scanvenster weer te geven.

      Wanneer het hoofdvenster nog niet wordt weergegeven, klikt u op het pictogram [ScanSnap Home] ScanSnap Home-pictogram in de lijst met toepassingen die wordt weergegeven wanneer u klikt op Launchpad in het Dock.

    2. Selecteer het profiel dat u gebruikt uit de lijst met profielen.

    3. Klik op het pictogram voor het instellen van de beeldkwaliteit om het beeldkwaliteitsniveau als volgt te wijzigen:

      • [Normaal] [Automatisch], [Beter] of [Best]

      • [Beter] [Best]

    Als u de scaninstellingen in het scanvenster wijzigt en een document scant, zullen de scaninstellingen, na het scannen, terugkeren naar de instellingen van voor de wijzigingen. Wanneer u altijd documenten wilt scannen met dezelfde instellingen, moeten de scaninstellingen als een profiel worden opgeslagen.

  • Het vinkje bij [Doorslag verminderen] verwijderen voor scannen.

    1. Klik op de [Scan]-knop boven aan het hoofdvenster van ScanSnap Home om het scanvenster weer te geven.

      Wanneer het hoofdvenster nog niet wordt weergegeven, klikt u op het pictogram [ScanSnap Home] ScanSnap Home-pictogram in de lijst met toepassingen die wordt weergegeven wanneer u klikt op Launchpad in het Dock.

    2. Selecteer het profiel dat u gebruikt uit de lijst met profielen.

    3. Klik op Profielen bewerken om het venster [Profielen bewerken] weer te geven.

    4. Klik op de knop [Gedetailleerde instellingen] in [Scaninstellingen] om het venster [Gedetailleerde instellingen] weer te geven.

    5. Klik op de [Optie]-knop op het tabblad [Scan] om het venster [Scanopties] weer te geven.

    6. Verwijder het vinkje bij [Doorslag verminderen].

  • Een scan uitvoeren met de instelling om de kleurafbeeldingen dikker te maken.

    1. Klik op de [Scan]-knop boven aan het hoofdvenster van ScanSnap Home om het scanvenster weer te geven.

      Wanneer het hoofdvenster nog niet wordt weergegeven, klikt u op het pictogram [ScanSnap Home] ScanSnap Home-pictogram in de lijst met toepassingen die wordt weergegeven wanneer u klikt op Launchpad in het Dock.

    2. Selecteer het profiel dat u gebruikt uit de lijst met profielen.

    3. Klik op Profielen bewerken om het venster [Profielen bewerken] weer te geven.

    4. Klik op de [Optie]-knop op het tabblad [Toevoer] om het venster [Toevoeroptie] weer te geven.

    5. Vink het vakje [Kleurafbeeldingen dikker maken] aan.

    TIP
    • Wanneer u het vakje [Kleurafbeeldingen dikker maken] aanvinkt, worden de vinkjes [Doorslag verminderen] en [Tekstcontrast verhogen] in het venster [Scanopties] uitgeschakeld.