Documenten met verschillende formaten in één keer scannen

Plaats de documenten van verschillende breedte en lengte samen in de ADF-papierbaan (afdekking) op de ScanSnap en scan ze.

AANDACHT
  • Het scannen van documenten van verschillend formaat in één batch is alleen beschikbaar voor U-bochtscan, waarbij een document in de ADF-papierbaan (afdekking) wordt geplaatst en gescand.

  • Voor details over documenten die gescand kunnen worden met U‑bochtscan, raadpleeg Documenten die kunnen worden gescand met de ScanSnap in de ScanSnap Help.

  1. Open de ADF-papierbaan (afdekking) van de ScanSnap om het toestel in te schakelen. Houd de rechterkant van de ADF-papierbaan (afdekking) van de ScanSnap vast en open deze of druk op de [Scan]-knop om het toestel in te schakelen. Open de toevoerbaan van de ScanSnap om het toestel in te schakelen. Druk op de [Scan]-knop of de [Stop]-knop op de ScanSnap om het apparaat in te schakelen.
    De ADF-papierbaan (afdekking) openen
    De ADF-papierbaan (afdekking) openen

    Open de ADF-papierbaan (afdekking) volledig zodat de [Scan]-knop blauw gaat branden.

    Wanneer de ADF-papierbaan (afdekking) wordt geopend, zal het verlengstuk automatisch worden uitgetrokken.

    De ADF-papierbaan (afdekking) openen
    De ADF-papierbaan (afdekking) openen
    De ADF-papierbaan (afdekking) openen
    De toevoerbaan openen
    De toevoerbaan openen
    Inschakelen
  2. Houd de rechterkant van de ADF-papierbaan (afdekking) op de ScanSnap vast en open de klep om deze in te schakelen.

    Open de ADF-papierbaan (afdekking) volledig zodat de [Scan]-knop blauw gaat branden.

    Wanneer de ADF-papierbaan (afdekking) wordt geopend, zal het verlengstuk automatisch worden uitgetrokken.

    De ADF-papierbaan (afdekking) openen
  3. Trek de stapelaar naar u toe.
    De stapelaar naar u toe trekken
  4. Trek het verlengstuk en de stapelaar op de ADF-papierbaan (afdekking) uit. Trek het verlengstuk op de ADF-papierbaan (afdekking) uit en open de stapelaar. Trek het verlengstuk uit.
    Het verlengstuk uittrekken
    Het verlengstuk uittrekken
    Het verlengstuk uittrekken en de stapelaar openen
    Het verlengstuk uittrekken
  5. De instellingen voor een profiel configureren.
    1. Klik op de [Scan]-knop boven aan de Hoofdvenster van ScanSnap Home om de Scanvenster weer te geven.

      Als het hoofdscherm nog niet wordt weergegeven, raadpleeg dan Het hoofdvenster weergeven.

      Wanneer het hoofdvenster nog niet wordt weergegeven, klikt u op het pictogram [ScanSnap Home] ScanSnap Home-pictogram in de lijst met toepassingen die wordt weergegeven wanneer u klikt op Launchpad in het Dock.

       

    2. Klik op Profielen bewerken om het Venster [Profielen bewerken] weer te geven.
    3. Selecteer een profiel waarvoor u de instellingen uit de lijst met profielen wilt aanpassen.
      TIP
      • Klik bij het aanmaken van een nieuw profiel op Voeg profielen toe.

        Selecteer een sjabloonprofiel in de sjabloonlijst in het venster [Nieuw profiel toevoegen] dat verschijnt wanneer u klikt op Voeg profielen toe en wijzig de instellingen.

    4. Klik op de [Optie]-knop voor [Toevoer] om de Venster [Toevoeroptie] weer te geven.
    5. Selecteer [Geen (Windows)/Nooit (Mac OS)] in [Detectie van meerdere ingevoerde exemplaren].
    6. Klik op de [OK]-knop om het venster [Toevoeroptie] te sluiten.
    7. Klik op de [Opslaan]-knop om het venster [Profielen bewerken] te sluiten.
    8. Selecteer, in de lijst met profielen in het scanvenster, een profiel dat u hebt geconfigureerd.
  6. Klik op de [Scan]-knop boven aan de Hoofdvenster van ScanSnap Home om de Scanvenster weer te geven.

    Als het hoofdscherm nog niet wordt weergegeven, raadpleeg dan Het hoofdvenster weergeven.

    Wanneer het hoofdvenster nog niet wordt weergegeven, klikt u op het pictogram [ScanSnap Home] ScanSnap Home-pictogram in de lijst met toepassingen die wordt weergegeven wanneer u klikt op Launchpad in het Dock.

     

  7. Selecteer, in de Startscherm op het aanraakscherm, een profiel uit de lijst met profielen. Selecteer een profiel in de lijst met profielen.

    U kunt een nieuw profiel aanmaken of de instellingen voor een profiel wijzigen, afhankelijk van het doel van het scannen van documenten.

    Voor details, raadpleeg De scaninstellingen in een profiel voor de ScanSnap configureren.

    Voor details, raadpleeg De scaninstellingen in een profiel voor de ScanSnap configureren.

    Voor details, raadpleeg De scaninstellingen in een profiel voor de ScanSnap configureren.

    Voor details, raadpleeg De scaninstellingen in een profiel voor de ScanSnap configureren.

    Voor details, raadpleeg De scaninstellingen in een profiel voor de ScanSnap configureren.

    Voor details, raadpleeg De scaninstellingen in een profiel voor de ScanSnap configureren.

    Voor details, raadpleeg De scaninstellingen in een profiel voor de ScanSnap configureren.

    Voor details, raadpleeg De scaninstellingen in een profiel voor de ScanSnap configureren.

    Voor details, raadpleeg De scaninstellingen in een profiel voor de ScanSnap configureren.

    Voor details, raadpleeg De scaninstellingen in een profiel voor de ScanSnap configureren.

    TIP
    • Wanneer meerdere gebruikers een ScanSnap-toestel delen, moet u ervoor zorgen dat er geen profiel is geselecteerd dat met een andere computer werd gemaakt.

      U kunt omschakelen naar de lijst met profielen die alleen de profielen weergeeft die zijn gemaakt met de computer die de ScanSnap gebruikt.

      Voor details, raadpleeg Gebruikers wijzigen om de eigen profielen van de gebruiker weer te geven.

  8. Geef de toevoermethode op.

    Wanneer het pictogram voor het instellen van de toevoermodus wordt weergegeven rechts van de [Scan]-knop op het aanraakscherm Handmatige scan, selecteert u [Normale scan] of [Continue scan] op het scherm [Instelling toevoermodus] dat wordt weergegeven wanneer er op het pictogram wordt gedrukt.

    Wanneer het pictogram voor het instellen van de toevoermodus wordt weergegeven rechts van de [Scan]-knop op het aanraakscherm Handmatige scan, selecteert u [Normale scan] of [Continue scan] op het scherm [Instelling toevoermodus] dat wordt weergegeven wanneer er op het pictogram wordt gedrukt.

  9. Plaats documenten in de ScanSnap.
    1. Lijn de voorrand en het midden van de documenten uit.
      De documenten recht leggen
    2. Laad de documenten met de bedrukte zijde naar onder gericht en met de bovenkant eerst en de achterkant van het laatste document naar u gericht. Laad de documenten met de bedrukte zijde naar beneden en de bovenzijde eerst met de voorzijde van het eerste document naar u toe.

      De grijprol voert de documenten toe. Laad alle documenten op elkaar, boven de grijprol (midden). Documenten die niet boven de grijprol zijn geladen, kunnen niet gevoed worden.

      De grijprol voert de documenten toe. Laad alle documenten op elkaar, boven de grijprol (midden). Documenten die niet boven de grijprol zijn geladen, kunnen niet gevoed worden.

      Documenten laden
      Documenten laden
      Documenten laden
      Documenten laden
      Documenten laden
      AANDACHT
      • Pas ook de zijgeleiders aan het breedste document van het pakket aan. Laad de andere documenten zodat ze recht gescand kunnen worden. Als de documenten tijdens het scannen geplooid worden, kunnen de volgende problemen zich voordoen:

        • Delen van de gescande afbeelding blijken te ontbreken

        • Er staan schuine lijnen op de gescande afbeelding

        • De grootte van de gescande afbeelding is niet hetzelfde als deze van het document

      • Zorg ervoor dat de documentsteunlip open is.

        Anders kan het papier blokkeren.

        Wanneer de documentsteunlip dicht is, trek het dan omhoog met uw vingers.

        De documentsteunlip omhoog trekken
      • Als de documentsteunlip loslaat, neem dan contact op met de distributeur/handelaar waar u dit product hebt gekocht.

  10. Druk op de [Scan]-knop op het startscherm op het aanraakscherm om de documenten te scannen. Druk op de [Scan]-knop om het document te scannen. Druk op de [Scan]-knop om de documenten te scannen.

De afbeelding die is gemaakt van het document dat u hebt gescand, wordt opgeslagen in de map die is opgegeven voor [Opslaan naar] in het profiel.

TIP
  • Als de documenten niet recht worden gescand, is het raadzaam te proberen ze een voor een te scannen.

    Om documenten één voor één te scannen, selecteert u [Handmatige scan] in het scherm [Instelling toevoermodus] op het aanraakscherm van de ScanSnap. Tik op het pictogram voor de instelling van de toevoermodus dat rechts van de [Scan]-knop wordt weergegeven om het scherm [Instelling toevoermodus] weer te geven.

    Om documenten één voor één te scannen, selecteert u [Handmatige scan] in het scherm [Instelling toevoermodus] op het aanraakscherm van de ScanSnap. Tik op het pictogram voor de instelling van de toevoermodus dat rechts van de [Scan]-knop wordt weergegeven om het scherm [Instelling toevoermodus] weer te geven.

  • U kunt een melding op uw computer ontvangen over het documenttype voor de inhoudgegevensrecords en de opslaglocatie voor de gescande afbeeldingen, nadat het scannen van documenten is voltooid.

    Voor details, raadpleeg Acties van ScanSnap Home opgeven.

    Wanneer u een koppeling tot stand brengt met een clouddienst met ScanSnap Cloud, raadpleegt u Acties specificeren bij gebruik van ScanSnap Cloud.

    Voor details, raadpleeg Acties van ScanSnap Home opgeven.